de Tijger

Home
Geschiedenis
Tijger
Leeuw
Lynx
Poema
Tijgerkat
Manoel Ocelot/Serval
Caracal


 

Uiterlijk:

De tijger heeft zoals andere katachtigen een schutkleur. Dat is ideaal in de mangrovebossen. De strepen hebben dan ook alles te maken met de lichtinval in bossen en wouden: de tijger kan zich, dankzij de strepen van het zwart en het oranje nog beter verstoppen doordat zijn schaduw vlekkerig wordt omdat het zwart precies het omgekeerde met licht doet dan het oranje. Bovendien zijn de strepen van elke tijger zijn anders. Deze strepen komen ook terug in zijn huid. De schutkleur van een tijger is echter niet altijd oranje. Zo bestaan er ook witte tijgers en zwarte tijgers (de zwarte zijn enorm zeldzaam). De poten zijn voor de tijger belangrijk om in leven te blijven. Hij heeft ze niet alleen nodig om achter zijn prooi aan te rennen, maar ook om het te besluipen, in bomen te klimmen, soms vechten, enz. Dus: de achterpoten kunnen niet ontbreken voor een gezonde tijger. Om al deze acties zonder veel energieverlies uit te voeren, is de tijger voorzien van grote intrekbare klauwen. De tijger heeft om te sluipen ook nog eens zachte kussentjes. Deze kussentjes zijn zacht genoeg om het geluid dat de tijger maakt bij het lopen bijna onhoorbaar te maken. Tegelijkertijd zijn ze toch nog sterk genoeg om niet gewond te raken wanneer de tijger over obstakels, zoals takken en stenen, loopt.

 

Leefomgeving:

Zoals we al eerder vertelden in de tekst, leeft de tijger in de mangrovebossen ten westen van Afrika en in gebieden in AziŽ en Rusland.

 

De jongen:

Tijgers krijgen per nest ongeveer 1 tot 5 jongen. De jongen zit ongeveer 93 tot 114 dagen in de buik. Tijgers leven ongeveer 20 jaar. Als de jongen geboren worden wegen ze tussen de 790 en 1610 gram. De oogjes van de jongen zijn nog dicht en gaan pas na ongeveer 7 dagen open. De tijger zoogt de jongen 5 maanden lang en daarna gaat de moeder met de jongen op jacht en ze leert de jongen hoe je moet jagen. Na 3 a 5 jaar zijn de tijgers echt volwassen en kunnen ze zelf weer jongen krijgen.

 

Voedsel:

Tijgers zijn vleeseters. De tijger houdt vooral van hoefdieren zoals: Antilopen, herten, wilde zwijnen, zebraís, gazelles enz. Kleinere dieren vinden ze ook lekker want kikkers, vogels en vissen zijn ook welkom bij de tijger. De tijger jaagt nooit overdag alleen ís nachts. Dat is slim van ze want tijgers kunnen geluidloos rondsluipen en daardoor heeft de prooi vaak niet door dat er een tijger op hem jaagt. Een tijger verstopt zich dan vaak achter bomen of achter een struik en wacht dan het goede moment af. Als het dan zover is springt hij achter de boom of struik vandaan en vangt zijn prooi. Tijgers jagen nooit op open velden want daar is de prooi hem te snel af.

 

Bedreiging:

De tijger wordt bedreigd. Er is maar 1 vijand maar dan wel gelijk de ergste en dat is de mens. De mens jaagt op de tijger en daardoor sterft de tijger langzaam uit. Er zijn al veel soorten uitgestorven. De mens jaagt voor zijn ogen, en snorharen. Maar er wordt natuurlijk voornamelijk gejaagd voor zijn mooie tijgerpels. Deze vacht is al snel 26.000 euro waard. Tijgers worden ook nog op een andere manier bedreigd door de mens. Doordat de mens de oerbossen kapt voor meer wegen kan de tijger niet meer leven omdat hij dan geen geschikt leefgebied heeft.