geschiedenis van de anime

 

Voor 1900
Het eerste Japanse stripverhaal dateert uit de 12de eeuw. Het is een getekend sprookje over dieren, op een rol papier van ongeveer 25 meter. Deze rollen zijn een voorbeeld van de oudste Japanse stripverhalen die bewaard gebleven zijn. De Chojugiga of ‘dierenrollen’ (letterlijk: humoristische beelden van vogels en andere dieren) vinden hun oorsprong in China, maar de Japanners hebben er hun karakteristiek gevoel van humor aan toegevoegd. In het midden van de 17 de eeuw, zijn de Zenga, dit zijn religieuze beelden, het neusje van de zalm. Deze ‘zen illustraties’ gebruiken de humor om de mentale toestand te versterken. Het boeddhisme legt de nadruk op het belang van het bevrijden van de exterieure geest van het volk. Deze ‘zen illustraties’ zijn ontstaan, omdat zen zich opent via humor. De eenvoudigheid van de afbeeldingen karakteriseert de Japanse kunst. De eenvoudige lijnen, getekend met een flexibel penseel, laten toe om vormen te creëren zonder schaduw of kleur. Het volk ziet deze tekeningen amper, omdat deze dierenrollen en de zen illustraties bijna allemaal in handen van de geestelijken, de adel en grote militaire families zijn. Anderzijds, worden de Otsu-e, de Otsu afbeeldingen, beschouwd als de kunst van het volk. Deze afbeeldingen trekken echt alles in het belachelijke en werden dichtbij de stad Otsu verkocht.
Gedurende het Edo tijdperk (1600-1878), is Japan een feodale dictatuur. Met de komst van de Amerikanen, stijgt de welvaart op een spectaculaire manier en de vraag naar verschillende producten stijgt ook op een proportionele manier. De meest populaire illustraties zijn de Ukiyo-e, tekeningen die onderwerpen zoals ontspanning en de vrije tijd in beeld brengen. De lijnen die gebruikt worden zijn soepel en de kleuren uiteenlopend. De Japanse kunst van die tijd weerspiegelt een niet realistische realiteit. De tekenaars van die tijd tekenen geen exacte autonomie en maken ook geen gebruik van het juiste perspectief, maar proberen een bepaalde impressie, atmosfeer te creëren. De Ukiyo-e zijn levendig, licht en vol fantasie. Ze proberen de lijnen opnieuw samen te stellen en zetten de eerste stappen in de fantasie, de erotiek en de dood. De tekeningen die over erotiek gaan, krijgen de naam Shunga, de vertegenwoordigers van de lente. De Japanse artiesten laten het verloop volledig vrij, zonder enige restrictie qua fantasie. Maar de komst van de kranten stelt een einde van de Ukiyo-e. In de 19 de eeuw, zijn de tekenaars steeds minder getalenteerd, is er een overproductie en is het publiek klaar voor iets nieuws.
In het midden van de 19 de eeuw, creëert Japan een rijke en grote traditie van ontspanning. De oudere vormen van kunst zijn verdwenen, maar blijven wel een belangrijke bron van inspiratie voor de tekenaars van de stripverhalen. Gedurende de 19de eeuw is Japan beïnvloed door het Westen. De Engelsman Charles Wirgman en de Franse Georges Bigot waren heel belangrijk voor de ontwikkeling van de Japanse tekenkunst. Hoewel het niet de beste tekenaars waren, hebben zij de Japanners in contact gebracht met de Europese stripverhalen, waardoor de Japanse tekenaars leerden tekenen met perspectief, anatomie en schaduw. Groot-Brittannië en Frankrijk exporteren onder andere hun politieke en sociale tradities naar Japan. De Japanners hebben van de Europeanen bepaalde technieken overgenomen, zoals de tekstballonnen en de mogelijkheid om tekeningen op elkaar te laten volgen. Door ook de nieuwe drukwerktechnieken over te nemen, zoals bijvoorbeeld de koperen plaat, de zinken gravure en de lithografie, werd de Japanse pres en zo ook de stripverhalen toegankelijk voor heel het volk. Zoals in het Westen, vermenigvuldigden de publicaties van de humoristische tijdschriften en kranten. De meeste Japanse artiesten verwisselden hun penseel met een pen. Tegen het einde van de 19de eeuw, vonden meer en meer Japanse tekenaars hun inspiratie in Amerika.

1900 - 1959
Manga is pas in de loop van de 20ste eeuw echt populair geworden in Japan. In 1902 verscheen het eerste Japanse stripverhaal, waar steeds dezelfde personages in voorkwamen en die dus steeds opnieuw wederkeerden. De auteur van deze stripverhalen is Rakuten Kitazawa. Oorspronkelijk was het stripverhaal een gekleurd supplement bij de zondagskrant. Het duurde wel even voor de Japanse kranten de waarden van zo’n stripverhaal juist konden inschatten. In de jaren 20 werden de stripverhalen ook geïntroduceerd voor kinderen, wat een enorm positief effect had op hun populariteit. Ondertussen werden de stripverhalen ook opgenomen in maandelijkse tijdschriften, zoals bijvoorbeeld Shonen Club, en verschenen er ook al hele albums.
Na de Tweede Wereldoorlog, steeg de vraag naar deze stripverhalen zo sterk en dit door de invloed van Amerikaanse stripverhalen en de steeds groeiende ontspanningsmarkt. Hier ligt dan ook het ontstaan van de Kami-Shibai of ‘het spel op papier’, dit zijn verhalen die op straat verteld worden door middel van zelfgetekende beelden. De vertellers reisden van stad naar stad en vertelden hun verhaaltjes aan kinderen. Wanneer de kinderen snoepjes kochten, kregen ze er gratis een verhaaltje bij. Vele ondernemingen namen tekenaars in dienst, om deze historische beelden te maken. Toen televisie in de jaren ’50 de plaats innam van deze spelen op papier, werden de meeste tekenaars van die historische beelden, striptekenaars.
Gedurende de jaren ’50, ontstaat er ook het fenomeen ‘betalende bibliotheken’ waar de kinderen manga’s kunnen uitlenen voor enkele yen. De auteur Osamu Tezuka speelt een niet onbeduidende rol in het ontstaan van de ‘Manga Boom’ na de Tweede Wereldoorlog. Hij wordt aanzien als de ‘God van Manga’. Andere auteurs in de jaren ’50, nemen een voorbeeld aan Tezuka en nemen de stijl van de ‘God van Manga’ over. Ook al is de Manga een groot succes, toch worden de auteurs ervan onderbetaald en ondergewaardeerd. Manga wordt gezien als een vrijetijdsbesteding voor het gewone volk en er wordt geen enkele artistieke waarde aan gegeven, buiten het werk van Tezuka.

1960 - 1979
In het midden van de jaren ’60, wordt duidelijk dat de bibliotheken een passerend fenomeen zijn, en dus niets meer zijn dan een fase in de evolutie van Manga. Gedurende de jaren ’60, kent Japan een forse groei in haar economie, waardoor er meer geld kan uitgegeven worden. Zo wordt Tokio het uitgeverscentrum van Manga. De Manga stripverhalen verschenen, in plaats van maandelijks zoals ervoor, elke week. De Japanners verkiezen manga’s te kopen in plaats van hem te gaan lenen. De stripverhaalcultuur wordt enorm gecommercialiseerd en Manga wordt enorm populair. Maar er zijn natuurlijk ook tegenkantingen. Vele volwassenen vrezen dat de Japanse samenleving meer en meer analfabeet wordt. En ook in westerse landen, zijn er verschillende Manga’s verboden omwille van de sensatie die erin beschreven wordt. Pas in de jaren ’80 kan er gesproken worden van een succes van Manga in Amerika en Europa. Maar die populariteit is nog vrij beperkt. Manga’s worden alleen verkocht in gespecialiseerde winkels. Maar de komst van de film Akira brengt hier een enorme verandering in. Dankzij deze film wordt Manga ineens aanzien als iets heel ‘cool’.
Vandaag de dag is het onmogelijk om de Manga-industrie los te koppelen met die van de tekenfilm. Omdat het maken van tekenfilms vrij duur is, worden de stripverhalen steeds eerst gemaakt. Maar ook al zijn die stripverhalen zo succesvol in Japan, toch bekritiseren de westerse landen de Japanse stripverhalen. Deze kritiek is niet volledig ongegrond, daar in vele manga’s het verhaal draait rond geweld en seks. Maar men mag natuurlijk niet vergeten dat het deze onderwerpen net zijn, die de Manga zo succesvol maken, het zijn zeer commerciële overtuigingstechnieken. Dus wordt Manga ook hier in Europa verkocht. Maar de series die hier te verkrijgen zijn, zijn niet echt representatief voor de kwaliteit van de hele reeks van manga’s die in Japan te verkrijgen zijn. Doordat Europa alleen maar de Manga’s verkoopt die vertaald zijn, ontstaat er een slecht imago rond manga.
De Japanse stripverhalen hebben in de wereld geen gelijke. De lezers van mangastrips, worden reeds op hele jonge leeftijd met Manga geconfronteerd en blijven deze lezen, tot ze volwassen zijn. De populariteit van deze Japanse strips stijgt nu nog voortdurend. In het midden van de jaren ’80, bestond 40% van de Japanse stripverhalen uit manga’s.

1980 - nu
Gedurende de jaren ’80, daalt de verkoop van de prepublicaties zoals bijvoorbeeld Shonen Jump merkbaar. Enkele grote series zoals Dragon Ball en City Hunter geven er ongeveer op hetzelfde tijdstip de brui aan en de andere series die voor de aflossing moesten zorgen, laten de lezers op hun honger zitten. Het publiek wacht op een nieuwe revolutie met betrekking tot het tekenen, zoals het geval was tijdens de technische revolutie van Tezuka, en ook onder andere met Blackjack gedurende de jaren ’60 en met Otomo, de bezieler van Akira, tijdens de jaren ’80. En samen met al deze problemen was er ook nog een Aziatische crisis. Voor het eerst in de geschiedenis, werd Japan geconfronteerd met werkloosheid. Ook was er corruptie in de hogere politieke sferen. De aanpassing aan al deze veranderingen kan gezien worden als één van de oorzaken van de daling van de verkoop van Japanse stripverhalen.
Er moet gewacht worden op Rurôni Kenshin van Nobuhiro Watsuki voor de verkoop van de stripverhalen weer stabiliseert. De jonge auteur, hij is slechts 29 jaar, is de eerste die een echte serie van ongeveer een 12 volumes schreef, de eerste ook die een winst maakte. Vele van de nieuwelingen slagen niet in hun opzet, maar Watsuki, net als Yoshihiro Togashi met Hunter X Hunter en Eiichiro Oda met One Piece, bevestigen en weten de verkoop van de weekbladen voor dewelke ze werken te herlanceren. Na 28 lange volumes van intensieve gevechten, mochten de Samoerai aan het eind van 2000 de wapens neerleggen. Watsuki heeft, samen met zijn 2 medeschrijvers, een groot aandeel in de vernieuwingen binnen het genre. Grotendeels geïnspireerd door Amerikaanse komieken, voegt hij bij elk nieuw personage een technische fiche, die hij steeds raadpleegt voor nieuwe inspiratie. Het zijn vaak reeds bekende personages, zoals bijvoorbeeld Spawn van Todd McFarlane, die aan de basis staan van de personages van Watsuki.
Manga is dus volledig hersteld van de crisis en er worden opnieuw verlengde series door het grote publiek gekocht. De sector kijkt al naar de nieuwere technieken en hoe deze kunnen toegepast worden bij het maken van de Manga strips, om dit zo een product van zijn tijd te maken. In 2001, is Japan het eerste land waar de mobiele telefoons van de derde generatie op de markt komen. Hierdoor is het mogelijk uit te wijken naar het Internet en dit vermeerdert ook de verschillende mogelijkheden van de apparaten, die geadoreerd worden door de Japanners. Het is nu voor de uitgevers mogelijk om abonnementen uit te vaardigen, waardoor de lezers onmiddellijk hun Shounen Jump rechtstreeks op hun draagbaar toestel verkrijgen. Natuurlijk is dit een project dat op lange termijn uitgewerkt zal worden, het is niet mogelijk om in enkele maanden de dagelijkse gewoonten van een heel land te veranderen; Maar het is wel zo dat Manga helemaal klaar was om het volgende millennium in te gaan!

“De Walt Disney van Japan” zo wordt hij genoemd de man die is begonnen met de anime strip tekenen “Osamu Tezuka“, hij was een legende uit zijn eigen tijd. Zo zullen ze hem denk ik voor altijd blijven noemen. Osamu Tezuka is geboren in 1926 in Osaka, Japan, hij was de zoon van een dokter. Volgens Osamu is het zo begonnen “ Mijn carrière als animatie tekenaar begon toen ik ongeveer 4 jaar was, tekende ik een plaatje van popeye na. Mijn huis lag vol met stripfiguren toen ik een school jongen was. Wij hadden de mogelijkheid om verschillende films te zin, van Mickey mouse, Felix the cat, Chaplin en Oswald Rabbit in huis. Toen ik in de derde klas van de lagere school zat, tekende ik stripfiguurtje in mijn kladblok, maar de leraar pakte mijn kladblok altijd af. Later hoe dan ook heeft hij ze teruggegeven en mij geprezen omdat ik zo mooi had getekend………” Hij werd sterk beïnvloed door Walt Disney en specifiek Mac Fleischer cartoons in die periode. In de vroege 1930 kwam Max Fleischer met cartoons die grote ronde hoofden had en grote expressieve ogen. Toen hij medicijnen studeerde, op deze manier stapte hij in de voetsporen van zijn vader, tussendoor maakte hij een paar manga strips geheten: Tetsuwan Atom (Mighty Atom) het verhaal gaat over een robot gemaakt door een man van wie zijn zoon was overleden, net als zij Pinokkio, en de robot wilde heel graag menselijk zijn. Zijn tekenstijl was helemaal gevormd, de karakters waren aantrekkelijk getekend, het verhaal was goed geschreven, en rijk aan onderliggende betekenissen, verraad, en veel gevaar voor de kleine robot. Tetsuwan Atom was een voltreffer, en zorgde ervoor dat de manga (2D in plaats van 3D zoals bij de anime) herboren werd. Hiervoor werden de strips weinig tot niet gelezen, maar nu gingen steeds meer mensen de strips lezen. In 1957 was Toei Animation de grootste Film producent in Japan, met als doel animatie films te produceren. Tezuka, die toen heel populair was in zijn eigen stad, was gecontracteerd voor hen eerste film van normale lengte, Monkey King. De film werd een groot succes in heel Japan. De film was slecht beoordeeld door Amerika omdat hij slecht vertaald was. Een jaar nadat Toei Animation zijn deuren had geopend, werd Osamu Dr. Tezuka, toen kreeg hij een Doctoraat in de menselijke anatomie in 1958. in 1962 kreeg hij een contract bij Toei, en hij zette zijn eigen bedrijf op, Mushi Productions, die op het eerste gezicht lijkt op een stap die hem brengt in een directe concurrentie strijd met zijn vorige werknemer. Maar dat was niet zo, Dr. Tezuka zag de snelle ontwikkeling van de technologie van de televisie als zijn toekomst. Hij wil meer mensen bereiken door films/series uit te gaan zenden op de zwart/wit televisie die iedereen heeft, want veel mensen kun het niet betalen om naar de bioscoop te gaan. Hij besliste ook dat wat hij ging maken voor de TV gebaseerd moest zijn op zijn eerste strip verhaal die heel goed verkocht, Tetsuwan Atom. Na een promotie tot dokter in medicijnen stichtte Tezuka een productiefirma Mushi Production AG, dat later omgedoopt werd tot Tezuka Productions. Tezuka was een bezige bij, bewijzen hiervan zijn de maar liefst 150.000 strippagina's die hij getekend heeft, 400 uitgegeven boeken en zeker 60 animatiefilms. Osamu Tezuka stierf in 1989 aan de gevolgen van kanker. Maar zelfs in het ziekenhuis bleef hij bezig met manga's. Velen noemen Tezuka dan niet voor niets 'Manga no kamisama' (de god van manga).


In 1834 publiceerde Katsuhika Hokusaï zijn Hokusaï manga, een reeks karikaturale mannenportretten.
Jaarlijks worden er 533 miljoen manga-titels verkocht. Eenderde van al het drukwerk dat in Japan verschijnt, is manga.
De Japanse televisie zendt 45 nieuwe anime-afleveringen per week uit.
Riyoko Ikeda heeft de Russische Revolutie verstript onder de titel Orufeusu no Mado. Aantal bladzijden: 3.000.
Beginnende tekenaars verdienen ca. 4000 yen per pagina (f 62.40), gevestigde tekenaars het tienvoudige.
Japan telt ruim 80 stripuitgevers, waarvan Kodansha de grootste is.
Van het jongerenblad Shônen Jump worden wekelijks 4.500.000 exemplaren verkocht.
Osamu Tezuka, de peetvader van de manga, heeft in dertig jaar tijd 150.000 bladzijden volgetekend.
Takayaki Matsutani tekende 500 pagina's per maand.
De dikste manga die ik in Japan gezien heb, telde 1040 pagina's en kostte 560 yen (f 8,70).
Kodansha heeft uitgerekend dat de Japanse lezer een strip van 320 pagina's in 20 minuten leest (3.75 seconden per bladzijde).

Veel mensen denken dat tekenfilms voor kinderen zijn, maar bij de anime/manga is dat absoluut niet het geval, natuurlijk zijn er wel genoeg tekenfilms voor jongeren maar veel mensen denken dat tekenfilm toch geen schokkende beelden zou hebben, maar dat is wel degelijk. Er zit in de films, geweld, seks, porno, bloederig en het kan zo heftig zijn dat mensen dat echt niet verwachten, totdat je het hebt gezien dan weet je het wel!

Jammer genoeg zijn we hier in de Westerse wereld gewend om op een simpele manier naar animatie te kijken, iets om ons te vermaken, niet iets om echt serieus te nemen. Dat is ook waarom we het niet gewend zijn na te denken als we een strip lezen of een tekenfilm kijken. We nemen maar aan dat die tekeningetjes toch alleen maar iets grappigs doen om ons te vermaken en niets meer. In Azië, vooral Japan is animatie een net zo belangrijk medium als literatuur of film.

Anime (spreek je uit als ah-ni-mee) is Japanse animatie. Anime is een Japans leenwoord van het engelse woord Animation. In Japan gebruiken ze het woord om alle vormen van animatie te beschrijven of het nou Disney, Looney Toons of hun eigen animatie is. De westerse fans gebruiken het woord alleen om Japanse animatie aan te geven. Het echte woord hebben ze uit het Frans voor animatie. Japanse animatie is te herkennen aan de stijl of aan de kwaliteit. In tegenstelling tot de Amerikaanse animatie, niet alle anime is bedoeld voor kleine kinderen, jongeren. Onderwerpen in de anime gaan van obsceen tot heel erg lief en schattig, dit komt omdat de wetten over de censuur in elke stad weer anders zijn. Anime in relatie met manga, is manga het komische strip gedeelte. Het woord manga was gevonden door Hokusai in 1815, dat als je manga vertaalt het betekent “irresponsible pictures” (ontoerekenbare plaatjes).

 

 shonen
home page
kodomo
bishojo
mecha